Terug naar thema's

Lessuggesties

Terug naar thema's Thema's

Meer weten


Lessuggesties

Een aantal suggesties voor het verwerken van een gelezen boek ook te gebruiken voor een leesdossier of een leesdagboek





In willekeurige volgorde vindt u hieronder algemene suggesties voor het verwerken van een verhaal. U moet er wel voor waken dat niet elk boek zich leent voor creatieve verwerkingen, soms is enkel voorlezen genoeg.





☺ Voer een klassengesprek over het betreffende thema dat in het verhaal voorkomt. Ervaringen en bestaande kennis over het thema worden uitgewisseld.


☺ Zou je anderen aanraden om het boek te lezen? Waarom wel/niet. Schrijf dit op in bijvoorbeeld een interviewvorm, dagboek, als aanbeveling, brief, recensie, enz.


☺ Neem het interview op een band of video; één leerling is de reporter de andere is de geïnterviewde persoon.


☺ Maak een affiche of tekening, dat betrekking heeft op het gelezen boek. Het affiche beeldt de titel uit of een gedeelte uit het boek. Onder het affiche of de tekening komt de korte inhoud van het boek te staan. In één of twee regels kan worden opgeschreven of het een leuk boek is.


☺ Maak een serie van 5 tekeningen die de belangrijkste gebeurtenissen uit het verhaal verbeelden. Schrijf onder elke tekening een beschrijving zodat iemand die het verhaal niet kent, begrijpt waar het over gaat.


☺ Zoek 10 plaatjes/foto´s die bij het boek passen. Geef argumenten voor je keus.


☺ Bedenk naar aanleiding van het gelezen boek een reclamezin om andere leerlingen aan te sporen ook het boek te lezen.


☺ Schrijf een brief naar de schrijver of illustrator of zelfs zogenaamd naar de hoofdpersoon.


☺ Teken de figuren uit het boek. Onder de getekende figuren staat wie ze zijn en wat ze meemaken.


☺ Maak een plattegrond van een ruimte die een belangrijke rol in het boek speelt.


☺ Maak naar aanleiding van één of meerdere hoofdstukken een stripverhaal.


☺ Maak naar aanleiding van het gelezen boek een nieuwe boekomslag met eventueel een nieuwe titel.


☺ Enkele leerlingen bereiden een korte spreekbeurt voor over hun gelezen boek. Daarbij zouden ze het volgende kunnen voorbereiden:


  • Iets vertellen over wat ze van het boek vonden.


  • Het voorlezen van een stukje uit het boek/of het mooiste fragment.


  • Iets vertellen over de inhoud van het boek.


Bij de presentatie stellen andere leerlingen uit de klas vragen over het gelezen boek.


☺ Bedenk een ander einde voor het verhaal.


☺ Maak een toepasselijke boekenlegger.


☺ Ontwerp een reclameactie om de verkoop van het boek te vergroten. Gebruik de volgende middelen:


- poster


- stickers


- krantenartikel


- radio en tv reclame


☺ Zoek één of meerdere gedichten die bij de inhoud van het verhaal passen en beargumenteer je keuze.


☺ Maak een collage van de belangrijkste personen, gebeurtenissen uit het verhaal.


☺ Schrijf een fragment in een andere stijl, bijvoorbeeld: romantisch, ironisch.


☺ Beschrijf wanneer jij de hoofdpersoon zou zijn geweest, hoe jij zou reageren.


☺ Zoek een popsong waarvan de inhoud op de hoofdpersoon zou kunnen slaan.


☺ Geef een andere wending aan een bepaalde situatie in het verhaal. Zou dit dan ook consequenties hebben voor het einde?


☺ Organiseer een feest voor alle personen uit het verhaal, denk hierbij aan:


- maak een uitnodiging


- kies voor vijf personen de kleding uit


- wat wordt er gegeten en gedronken


- met wat voor spelletjes kun je ze vermaken


- welke muziek wordt er gespeeld


- fantaseer hoe de gasten zich zullen gedragen op het feest


☺ Maak een rollenspel of speel het verhaal na.


☺ Schrijf voor een fragment uit het boek een filmscenario met duidelijke tips voor de cameraman. Beslis ook welke beroemde acteurs/actrices de hoofdrollen zouden moeten spelen.


☺ Stel je voor dat jullie klas een film over het boek maakt. Verklaar wie uit jullie school/klas welke rol zou moeten spelen. Let ook op het uiterlijk én innerlijk.


☺ Maak een multimediale presentatie van het verhaal.


☺ Alle gemaakte verslagen en tekeningen worden opgenomen in een (klasse)map, zodat er in de klas een map aanwezig is met allerlei soorten boekbesprekingen. Leerlingen gebruiken deze map, wanneer ze na deze lessen een boek zoeken/kiezen om te gaan lezen. In een volgende les mogen enkele leerlingen hun verwerkingsopdracht presenteren aan de andere leerlingen.



Een aandenken aan een vriendschap
Vaak speelt een bepaald voorwerp een belangrijke rol in een vriendschap. Een cadeau dat blijft herinneren aan die ene vriend, waar je al lang geen contact meer mee hebt. Een CD, die je nog doet huilen als je aan Paula denkt. Een kledingstuk dat je herinnert aan je uitgaansavonden met die groep meiden. Of een voorwerp waarover je ruzie kreeg. Het boek dat je uitleende en niet terug kreeg. Mensen met een pruik die je altijd herinneren aan die Rooie (in Rooie van W. van Toorn).

Een willekeurig, door u gekozen, voorwerp kan ook een startpunt zijn voor een verhaal, dat gezamelijk met de klas wordt gemaakt. Elk voorwerp kunt u daarvoor gebruiken. Bijvoorbeeld een bromfietshelm, een mes, een kledingstuk, een opvallende enveloppe met brief, een kapotgeslagen bierflesje. U begint zelf het verhaal waarin u twee vrienden/vriendinnen opvoert en een korte situatieschets geeft. U stopt bij een subtiele, nog geheel open, vooruitwijzing naar het voorwerp. Gezamenlijk fantaseert u het vriendschapsverhaal (inclusief ruzie of wat dan ook) verder. Misschien wil iemand uit de klas het verhaal opschrijven voor publicatie in de schoolkrant.


Relaties tussen de bestaande en de verzonnen personen
Hier gaat het om relaties te leren zien en leggen tussen elementen, met andere woorden leren iets te beschrijven in termen van iets anders.

- De vergelijking

Je bent....

zoals de lauwe nacht

zoals de wollen vacht

van schapen

zoals van wimpers ongedacht

een groet mij weleens tegenlacht (Jan Hanlo)

- De metafoor

Populair gezegd is de metafoor een vergelijking zonder de verbindingswoorden 'net als' (een les is een opera).

- Identificatie

Leerlingen kunnen zich identificeren met allerlei mensen (helden), dieren, groente, voorwerpen, enz.


Mahy, Margaret : De inwijding (1987)
Het verhaal Liefde en toverkrachten De 14-jarige Laura heeft last van voorgevoelens, maar kan lang niet altijd verklaren of voorkomen dat wat ze voelt ook uitkomt. Op zo'n dag brengt ze samen met haar broertje Jacko een bezoek aan een rariteitenwinkeltje. De enge, naargeestige winkelier geeft haar broertje een stempel op zijn hand. Jacko reageert geschrokken, vertoont ziekteverschijnselen, krijgt nachtmerries en lijkt zelfs dood te gaan. Alleen Laura 'weet' dat het komt door de stempel van die oude man. Die heeft als het ware bezit genomen van haar broertje. Maar hoe moet ze zo'n boze geest bestrijden? Niemand gelooft haar en tenslotte zoekt ze hulp bij een jongen op haar school waarvan ze vermoedt dat hij ook over bijzondere krachten of gaven beschikt. Met behulp van deze Sorry en de hulp van diens moeder en grootmoeder wordt Laura ingewijd in de hekserij en kan zij de oude man aan haar wil onderwerpen, zodat haar broertje wordt gered. Een vrij bizar verhaal dus, dat buitengewoon spannend verloopt en toch geloofwaardig is, omdat het is ingebed in een wereld vol gewone, voorspelbare mensen en gevoelens. De relatie tussen Laura en Sorry zindert van de groeiende verliefdheid en zo is De inwijding ook een inwijding in de wereld van de volwassenheid, weg van de beschermende kinderwereld. Het is een verhaal met veel lagen, waarvan de bekroning met de hoogste Engelse jeugdprijs, de Carnegie Medal, heel begrijpelijk is. De schrijfster. Moderne hekserij. De Nieuwzeelandse schrijfster Margaret Mahy (1936) schrijft het liefst over dat vage gebied tussen werkelijkheid en fantasie waarin gewone dingen gek en buitengewone normaal zijn. Dat zal wel iets te maken hebben met de cultuur en de traditie van Nieuw Zeeland, waarin het magische element, het onzichtbare, altijd een veel grotere rol heeft gespeeld dan in ons nuchtere Hollandse klimaat. Maar het aardige van Mahy is dat ze voor dat onzichtbare begrip kweekt zonder kwezelig te zijn. Margaret Mahy: 'Ik schreef al verhalen toen ik nog een kind was. Zo'n lange oefenperiode is altijd meegenomen voor een schrijver. Op mijn dertiende schreef ik als een gek liefdesverhalen voor volwassenen. Ik bootste de boekjes die ik toen las na en ik smolt helemaal weg voor romantische liefdesverhalen. Bijna twintig, wou ik echt verhalen met fantasie gaan schrijven. Dat leek me wel wat.' Geesten van dode mensen, heksen, spoken keren vaak terug in haar verhalen. Betekent het dat ze ze zelf ook ziet en hoort? Margaret Mahy: 'Voor mij is het leven mysterieus en onverklaarbaar. De geesten en heksen in mijn boeken zijn niet echt. Ze zijn een soort beeld voor alles wat onverklaarbaar is, voor alles wat we met onze wetenschap technologie niet kunnen uitleggen. In mijn roman De inwijding bijvoorbeeld, maakt Laura een tocht door een magische wereld om haar zieke broertje te redden. Ze wordt geholpen door heksen. Ik geloof niet letterlijk in heksen, maar ze staan voor de kracht van gevoelens die je moet leren kennen om volwassen te worden.' Ook andere boeken van Mahy zijn beslist de moeite van het lezen waard! Informatie over de auteur:


http://home.wanadoo.nl/richard.thiel/auteurs/mmahy.htm


Associatieoefeningen
Associatieoefeningen dienen om bij leerlingen de fantasie te prikkelen en de eerste drempel tot het schrijven van poëzie te overwinnen. Daarnaast kunnen ze als basismateriaal dienen bij verdere dichtactiviteiten. Het principe is dat er naar aanleiding van een gegeven woord in korte tijd zoveel mogelijk woorden of zinnen geschreven (of geroepen) worden.

Soorten associaties

- Klankassociaties

Hierbij moeten zoveel mogelijk woorden worden opgeschreven die voor wat de klank betreft bepaalde overeenkomsten hebben. Hierdoor kunnen begrippen als assonantie (pot, vos, rok enz), rijm (kat, rat, pad enz.) en alliteratie (beter, best, bever enz.) vanzelf aan de orde komen.

- Betekenisassociatie

Ook hier zoveel mogelijk woorden opschrijven die in betekenis overeenkomen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden in kettingassociaties waarin de woorden elkaar logisch opvolgen (schoen, veter, touw, katrol enz.) en kringassociaties waarin de woorden direct verwijzen naar het beginwoord (schoen, veter, zool, leer enz.)

Naast associaties rond woorden kan er ook gewerkt worden met grotere gehelen.

Bijvoorbeeld

- Metaforische combinaties

Hierbij neemt bijvoorbeeld iedere leerling zijn lievelingskleur in gedachten en koppelt daaraan een prettige bezigheid met het koppelwoord 'is'. Bijvoorbeeld: 'rood is in de zon liggen'. Een leuke variant hierop is dat twee leerlingen samen een reeks maken waarbij de ene leerling steeds zijn lievelingskleur combineert met iets prettigs en de andere een kleur waar hij niet van houdt met iets vervelends.

In plaats van kleuren kunnen ook andere begrippen worden gekozen.


Contactadvertentie
Laat de leerlingen eens een contactadvertentie opstellen. Voor henzelf, een vriend of vriendin of voor een verzonnen figuur. Als vervolg kunnen deze advertenties geruild worden en antwoordbrieven'onder nummer' opgesteld worden.


Creatieve verwerkingen
* Een nieuwe omslag voor het boek maken

  • Een toepasselijke boekenlegger maken.

  • Het boek illustreren; bijvoorbeeld een portret maken van de hoofdpersoon.

  • Een brief schrijven aan de hoofdpersoon.

  • Een recensie van het boek schrijven.

  • Het boek verder schrijven of er een ander einde aan maken.


Een boek als vriend
Misschien hebben de leerlingen wel een boek als vriend. Niet zo vreemd als je bedenkt wat boeken allemaal kunnen. Ze laten je huilen of lachen, troosten je, vertellen je dingen die je nog niet weet. En het is net als met levende vrienden: hoe beter je elkaar kent, hoe meer je aan elkaar hebt. Misschien heeft u zelf een voorbeeld van zo'n vriend van u en stimuleert dit de leerlingen om met hun boek te komen.

U kunt hen ook de opdracht geven om hun lievelingsboek te promoten bij andere leerlingen en/of vrienden. U laat ze bijvoorbeeld een kaart sturen naar een vriend, met korte tekst waarom de ander hun lievelingsboek zou moeten lezen.


Eigen omgeving
Laat de leerlingen eens goed rondkijken op zoek naar historische (al of niet gewelddadige) gebeurtenissen in de eigen omgeving.

  • Wat ligt er zoal in het rond: uitgestald, neergezet of achtergebleven? (b.v. monumenten, standbeelden, grafstenen, gedenktekens);

  • Wat vertelt het kerkhof of de begraafplaats? (Zijn er monumentengraven? Gemeenschappelijke graven of monumenten van oorlogsslachtoffers? Vind je namen die geregeld terugkomen? Zijn er familiegraven? Zijn er namen die nog veel voorkomen?)

  • Wat vertellen publieke namen? (b.v. straat- en buurtnamen).

  • Zijn er, behalve in musea en bibliotheken, nog andere documenten, geschriften of voorwerpen te vinden die verband houden met het verleden of die iets ervan uitbeelden? (Oude kranten, kaarten,ansichtkaarten, vaak uitgegeven in boekjes, maar ook verzameld in schoenendozen door oudere dorps- of buurtgenoten bijvoorbeeld oma's foto's.


Klassengesprek
Wat betekent het begrip vriendschap voor de leerlingen? Ongetwijfeld komt in een gesprek hierover het begrip verliefdheid ook aan de orde. Een gesprek over het verschil hierin kan gestart worden met te kijken wat het woordenboek hierover zegt.

Vriend= persoon aan wie men door genegenheid en persoonlijke voorkeur gebonden is.

Verliefd= in liefde voor iemand ontvlammen.

Welke eigenschappen vind je belangrijk bij een vriend(in)? Wat doe je samen met vrienden en welke gevoelens roept vriendschap bij je op?

U kunt met de leerlingen ook op zoek gaan naar gezegdes in het dagelijkse taalgebruik rond vriendschap.

B.v.: dikke vrienden zijn, iemand te vriend houden, even goede vrienden.

Dit kan uitgebreid worden met spreekwoorden rond het begrip vriend en vriendschap.



Het is niet gemakkelijk voor jongeren om over hun eigen verliefdheid te praten. Ze tonen zich tegenover klasgenoten liever niet kwetsbaar en verschuilen zich eerder achter stoerdoenerij of gegiechel.

Een associatieoefening biedt ook hier wellicht uitkomst. Teken een groot hart op het bord en laat woorden verzinnen die met liefde en verliefdheid te maken hebben. Bijvoorbeeld: romantiek, maneschijn, seks, haat, trouw. Groepeer deze woorden en leg een relatie met verwerkingen van deze aspecten in schilderijen, films, toneelstukken, muziek, romans.

Misschien zijn er ook leerlingen die daar voorbeelden van weten.

Ook is praten over een (voor)gelezen fragment minder bedreigend dan praten over jezelf.

Hiervoor kunnen de eerste twee hoofdstukken gebruikt worden uit: Karel Eykman Liefdesverdriet. Gespreksonderwerpen hierbij:

  • De verdrietige en kwade gevoelens van Monika. Herkennen de leerlingen dat gevoel?

  • Monika stopt zich vol met eten. Wat werkt bij jou als je je zo rot voelt?

  • De reacties van Monika's vader en moeder. Moeder troost, vader weet zich geen houding te geven. Zou jij thuis je gevoelens uiten? Bij wie doe jij dit?


1-10 | 11-20 | 21-23